|
Ansina: een van de bekendste Candombegroepen in Montevideo. Rond de 18e eeuw, wanner Uruguay in oorlog met Spanje is om haar onafhankelijkheid, is Artigas de nationale held die de strijd aanvoert tegen de kolonialisten. Een van zijn adviseurs was Jaoquin Lezina, beter bekend als Ansina. Hij was een voormalig slaaf, die in zijn muzikale pennevruchten sprak over de uitbuiting en die geldt als de ongekrrond meester van de Afro-Amerikaanse natie. Het centrum van de toenmalige Candombe beweging werd gevormd door twee verwaarloosde huurwoningen. Die werden Ansina en Mundo genoemd. Hier werden Candombe voorstellingen voor de slaven opgevoerd (die tegenwoordig de 'Llamadas' genoemd worden). Candombe: Afro-Uruguayaanse muziekstijl, gespeeld met drie trammels: piano, repique en chico. Chico (het kleintje), de hoogst gestemde trommel met een diameter van ongeveer 22 cm. De dominante stem in de trommelsamenklank. Comparsa: een groep tijdens het carnaval in Montevideo de Candombe opvoert. Cuareim: een van de twee belangrijkste Candombegroepen in Montevideo. Cuerda: samenklank van de drie Candombetrommels, met een minimum omvang van drie verschillende trommels. Escobero: jonge man die de Candombe groep aanvoert en tegelijkertijd jongleert met een beschilderde bezemsteel. Gramillero: de grootvader, de alwetende, ervaren wonderdokter, altijd goed geluimd en dat slaat over op het publiek. Hij is de koning der trommelaars. Met zijn wijsheid, ervaring en herinneringen is hij de werkelijke Gramillero van de Candombe. Isla de Flores: hoofdstraat, die de twee belangrijkste Candombe groepen (Ansina en Cuareim) met elkaar vewrbindt. Hier vinden al meer dan een eeuw lang de spontaan georganiseerde Cuerdas plaats. Deze straat is ook bekend onder haar tweede naam: 'Calle Carlos Gardel'. Lubolo: een blanke, die ñzwart beschilderd- deelneemt aan de Carnavalsoptochten in Montevideo. Mama Vieja: tde moeder overste van de Candombe. Ze is de begeleidster van de Gramillero en dans behoedzaam met hem mee, hem nooit in de steek latend. Milongon: een langzame Candombe. Morenos: een naam voor de zwarte bevolking van Montevideo. Piano: de grootste en laagst klinkende trommel. Heeft de basfunctie in de Cuerda, en geeft met haar trommel van 40 cm doorsnee een ritmische basis aan de Candombe. Repique de Repique trommel verrijkt de Candombe met geimproviseerde frasen. Ze heeft een doorsnee van 30cm. Tambor: een Candombe trommel (piano, repique, chico) De Candombe is bestemd voor alle leeftijden. De kinderen van Uruguay komen al in een zeer vroeg stadium in aanraking met deze muziek. |
| TERUG |